Naar de kennisbank

Kennisbank

Hoe importeer je een GPX-bestand op een TomTom Rider?

Een GPX-bestand op je TomTom Rider zetten is niet moeilijk, maar het helpt om eerst te weten dat TomTom een GPX meestal als track behandelt. Met onderstaande stappen staat de route overzichtelijk onder ‘Mijn routes’ en kun je vóór vertrek controleren of alles goed is overgekomen.

Voordat je begint

  • Download het GPX-bestand en onthoud in welke map het is opgeslagen.
  • Zorg dat je Rider en Plan.TomTom.com hetzelfde TomTom-account gebruiken.
  • Werk je Rider bij en controleer of er genoeg vrije opslagruimte is.
  • Bewaar ook het meegeleverde ITN-bestand; dat kan op sommige Rider-modellen handig zijn als route met tussenpunten.

Methode 1: synchroniseren via Plan.TomTom.com

  1. Open Plan.TomTom.com op je computer en meld je aan met hetzelfde account als op je Rider.
  2. Open ‘Mijn items’ en kies daarna ‘Routes’.
  3. Klik op ‘GPX-bestand importeren’ en selecteer het gedownloade RideProof-bestand.
  4. Open de geïmporteerde route en zet synchroniseren met je apparaten aan.
  5. Zet de Rider aan en zorg dat hij internetverbinding heeft. Controleer op het apparaat of je bent aangemeld bij TomTom-account of MyDrive.
  6. Open ‘Mijn routes’. De nieuwe route hoort daar na de synchronisatie te verschijnen.

Let op: Verschijnt de route niet meteen? Controleer eerst het account en de internetverbinding. Zet daarna de Rider een keer volledig uit en weer aan.

Methode 2: via USB, Bluetooth of geheugenkaart

Voor verschillende Rider-generaties ondersteunt TomTom ook overdracht via USB, Bluetooth of een geheugenkaart. Deze methode is vooral nuttig wanneer online synchronisatie niet beschikbaar is of niet werkt. De precieze schermnamen verschillen per model.

Sluit de Rider rechtstreeks op de computer aan met een datakabel, of plaats een geschikte geheugenkaart. Kopieer of importeer het GPX- of ITN-bestand volgens de importmelding op het apparaat. Gebruik bij problemen een andere USB-poort en controleer of de kabel niet alleen kan opladen maar ook gegevens kan overzetten.

GPX-track of ITN-route: wat kies je?

Een GPX-track bevat de lijn van de geplande rit. Dat is handig om de oorspronkelijke route zo nauwkeurig mogelijk te volgen. Een ITN-bestand bevat routepunten die de TomTom gebruikt om zelf een route te berekenen. Daardoor kan een ITN-route afwijken wanneer kaartversie, vermijdingen of route-instellingen anders staan.

RideProof levert beide formaten waar ze beschikbaar zijn. Begin bij twijfel met de GPX-track en vergelijk vóór vertrek de lijn op het scherm met de route-impressie op de productpagina.

Controle vóór vertrek

  • Open de hele route en controleer start, finish en afstand.
  • Zoom op een paar plaatsen in om onverwachte rechte verbindingen te herkennen.
  • Zet automatisch overslaan of herberekenen alleen aan als je weet welk effect dit op jouw Rider heeft.
  • Test de route bij voorkeur thuis met een korte rit, niet pas bij het vertrekpunt.

Officiële informatie

Software, menu’s en verkeerssituaties kunnen veranderen. Controleer bij twijfel altijd de actuele informatie van de aanbieder of regio.